Camouflage invasie

Zoon van zeven zit in zijn militaire fase. Wat begon met een onschuldige – what was I thinking – nieuwe camouflage rugzak, is uitgegroeid tot een ware invasie. Alles wat legergroen is, wordt ingezet. Meneer leeft inmiddels zes weken in een legerbroek en -shirt. Hij slaapt er zelfs in. Ook wurmt hij zich iedere dag wel even in een legeroverall, die ik voor een prikkie in de kringloop op de kop tikte maar twee maten te klein blijkt. Het loopt een beetje, tsja, ongemakkelijk zal ik maar zeggen. Op zijn lange wilde, witblonde bos haren gaat een legerpet en op zijn neus een weerspiegelende zonnebril. Om zijn middel een riem, waaraan een immer groeiende collectie survivaltools bungelt. De vijand hoort hem van verre aankomen. Mama ook 😉 Die uitrusting omvat momenteel een kleine verrekijker, sleutelhanger, sleutels, hangslot, karabijn (de haak, niet te verwarren met het geweer), zakmes, mes in een beschermhoesje, pistooltje (dat veel te echt lijkt) en een zorgvuldig verpakt schaartje. In zijn broekzak zit verband en in zijn rugzak… ik durf er niet eens meer in te kijken. Dan zet hij nog een camouflage koptelefoon – ja, die bestaat – over zijn pet als hij Klokhuis kijkt. En trekt hij óf zijn barefoot camouflage schoenen aan – ja, die bestaan – óf zijn bergschoenen, die eveneens twee maten te klein zijn en kapotte neuzen hebben. “Mahaaam, dat kan bést.” Ach ja, dat is ook zo, zijn tenen steken handig door de kapotte neuzen heen. Ook met 34 graden gaat het pak aan. En uit. En weer aan. En telkens gaan alle accessoires met militaire precisie weer op hun plek.

Je begrijpt, ik moet zoonlief eerst fouilleren vóór hij openbaar terrein betreedt (‘messen alleen in de achtertuin’ luidt mijn commando), maar over het algemeen gaan hij en zijn vriendje (net zo één!) op vreedzame missies. Zo stapten ze een paar dagen geleden gevaarlijk uitgedost met een schepnetje het weiland in. Om vlinders te vangen. Het lukte. De beestjes werden in een potje gestopt, om na vijf minuten alweer hun vrijheid tegemoet te mogen vliegen. 

“Hoe kan dit, met zulke pacifistische ouders?”, verzuchtte oma, weliswaar glimlachend. Ik heb geen idee. Alles in mij verzet zich als het om oorlog, leger en schieten gaat. Meneertje speelt nog niet of nauwelijks computerspelletjes en wordt evenmin op andere manieren echt aan geweld blootgesteld. Twee dagen heb ik me er ongemakkelijk over gevoeld. Kan dit nog wel in de huidige maatschappij? Maar wie ben ik? Zijn moeder, was mijn conclusie. Ik heb mijn weg hier in te bewandelen en hij die van hem. DNA, vorige levens, gewoon jongensenergie?

Hoe meer ik mijn zevenjarige zijn rol zie beleven, hoe meer ik me realiseer dat dát het is. Het grootste geschenk dat ik hem kan geven, is alle oordeelloze ruimte om zich in te leven, uit te leven en om te doorleven. Om vat te krijgen op alles wat er in en om hem (heen) gebeurt. Wanneer hij en zijn vriendje even een pauze nemen van het struinen en in de tuin op een bankje een broodje zitten te eten, krijg ik een luchtkusje. Een sluipwespje wordt van de verdrinkingsdood uit het opblaasbadje gered en in de zon gezet om te drogen. Mijn schatje is alleen maar militair. De verhalen, associaties, het leed, en het onrecht kan hij totaal niet overzien. Mijn schatje is. In het nu. Voor de volle honderd procent.

“De luchtmacht is mijn hobby”, hoorde ik zijn vriendje een paar dagen geleden zeggen. “Maar wel een gevaarlijke.” Waarop zoon hem vroeg of hij later bij het leger gaat. “Eigenlijk moet ik er nog over nadenken”, antwoordde deze, “want misschien heb ik wel een andere hobby als ik groot ben. En jij ook.” Zie daar, er is hoop! ♥

Welk gedrag van jouw kind vind jij best wel een uitdaging om te omarmen? En wat kun je er desondanks aan waarderen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *